Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( S02 )

waren: waarfchynlyk heeft de knecht, voor wien ik myn geld zoo openlyk telde, zulks aan die luiden verhaald, zonder in het minst hunne medepligtige te zyn. — Kortom, ik herhaal het nog eens, ik heb dit droevig onheil aan myn eigen trotsheid te wyten. Ik dankte echter den Hemel, dat ik zonder verdere onheilen itJV—

kwam. De voerman zette my aan een zeer ordentelyke herberg af, en vertelde hard overluid de roovery , die men aan my gepleegd

had. Ik fteeg intusfchen van de Chais

af, zynde van myn laatile fchrik nog niet bekomen , en werd oogenbliklyk door een groot aantal van menfchen omringd, die met Kaarfen op Araat kwamen,en zeer medelydendemet my toonden te zyn. Onder dezen was ook de

waardin van de herberg, die zeer fraai in de kleeren was, en my by de hand vatte.

„ Wel, arme jonge Jufier," zeide zy, „ ik heb waarlyk medeiyden met u! Goede Hemel,

van al uw geld beroofd! Sn fan, Betty,

maakt de Sterren - kamer oogenbliklyk gereed!

__. Wel, myn lieve Juffer, wat beeft ge

nog?

Zy bragt my vervolgens op eene beleefde wyze in eene zeer ordentelyke kamer, en ging

zei*

Sluiten