Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 210 )

het ongelukkig,,dat de Waardin juist op het oogenblik uit de kamer geroepen wierd, toen ik haar myn ongelukkig voorval zou mededee-

ienj Maar morgen vroeg , als het den

Hemel behaagt, zal ik, zoodra ik haar zie, alles verhaalen. Ik twyffel aan haar medeiyden geenszins, want zy heeft 'er my reeds te fterke

bevvyzen van gegeven. In het geheele

gedrag dier vrouw heb ik de fterkfte trekken van braafh2id en goedwilligheid befpeurd. — Hoe liegt is dat oude zeggen, dat de herbergiers het onbarmhartigfte volk van den aardbodem zyn» — Neen _ hes gehouden gedrag van Jufvrouw P— wederlegt dit fpreekwoord genoegzaam. — lk zal haar alle myne ongevallen bekend maaken, en haren byftand verbeken om my in het een of ander huisgezin in deze groote Stad te regt te helpen of my ceni. werk aan de hand te geven , daar ik myn\ost mede winnen kan. _ In deze hoop leg ik myn pen neder, want het is reeds mid-

f^dend onfchuld tot eentroostcrhecftgegeven/ Cvel^^goedennachtilkben altoos

de Uwe 1 • JJ*

XV*

Sluiten