Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *3 )

kinderen, en de waereld is my wat beter be« kend."

Ik was over de fchreeuwende onmenfchelykheid — want zoo moet ik het noemen — van deze vrouw zoo zeer verftoord, dat ik buiten

ftaa; was om te fpreken. > Intusfchen keek

Zy rond naar het goed ,welk ik by my had.—* „ Wat is 'er al onder dat goed? Al heb je dan geen geld, dan zei je nog wel iets hebben, daar je geld van maaken kunt, — Je moet maaken , dat ik aan me geld kom ; jy kunt zelf

zien , waar je het van daan haalt. 'Er

zyn zoo veel zwervers van dat zelfde foort,als jy,— land-loopfters, en ik weetniet wat al meer— kortom, men kan maar niet te voorzichtig wezen." (

Op dit zeggen vloog ik, met dien waardigen hoogmoed , die de beleedigde of verdagtte onfchuld altyd verzelt, van myn ftoel op , en haalde een fraaije blaauwezyden japon van myn zalige Moeder voor den dag, die ik ,als ik uit den tegenwoordigen rouw ging, zelve gedagt had te dragen, en een paar kanten Iubbens,ook al van myn waarde Moeder, die zyx gedragen had, toen zy de bruid was , en. die ik altyd zorgvuldig bewaard had. — „ Zie faziMadam"

O 4 zeide

Sluiten