Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. «3

biddende heeren ! De pas begravene lag i» baar fraaifte zondagskapzel, doch met zeer vertrokken gezigtstrekken cn kleine tintelen. <le oogen, in het bed, en entvong de heeren niets ^minder dan vriendïyk. Zy fcholen derhallen aanvanglyk fidderende te znmen, en wilden terug beven » doch zy verftoutten zig en begonnen het plegtig klugtfpel- der bezwering.

Het fchrikbeeld in het bed zag de algemeens drokte cn bezigheid, naar het fcheen, gerust aan , en dagt niet eens, om zig uit het bed en het huis te vcrwyderen. Inzonderheid keek het den wékjevoeden kloosterbroeder Merk aan, wiens arm de wykwast zwaaide , ©m de menigte met wywater te befprengen. Maar daar hy m ik weet niet of het toevallig , of" met voordagt gefchiedde der matroone in bet bed \ koud water in de Oogen d:cd fpatten, vertrok zy den mond op eene fchrikiyke wyze, knarfte vrceslyk met de tanden , en maakte den fchyn van zig te wcêr te willen Itellen. Al de bezweerders werden met fchrik cn vrees bevangen, toen C * Zy

Sluiten