Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN. 6}

wagthig, wilde men weder naar de flaapkamer keren. " Dezelfde zaaldeur, do©r welke zy in. gekomen waren, weder openende, weérgalmde weder hard : klap! wyl men fchier vermoedde, dat men misfchien by het heengaan, eveneens als by het komen , nagebootst zou worden , had men de oogert overal. Niets in de ganfche zaal ontging ditmaal het doordringend oog van den opper-amptman; en werd dan ook het fpook uit zyne verborgenheid aan bet licht gebragt.

Eene kleine, weinig merkbaare, en tot hier ' als een levenloos lichaam, in het geheel niet gade geflagen, tapyten wand-deur, die met den togt van eenen feboorfteen in verband ftond 2 werd door bet zuigen van den wind in dezen ftormagtigen nagt zomwylen open- entoegeflagen.. Dezelfde tegtwind • was het ook, die, by het openen der zaaldeur,de kaars uitblies s gclyk zulks door. eanige proefnemingen genoegzaam bewezen wierd. ,

Dezelfde heer kamlah, die in Harpke tevens geregts-amptenaar was, hoorde;in den winter van 1749, van een zeer geweldig,

fchrik» -

Sluiten