Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïii' 8 s' p o o k-

k'endé rbri'dóm zig heen, doch vond, b'ehal ven het lyk ha het bed, geen -mensch in de geheelfe '-kamer. Zy wilde zig overreden , dat haar gehoor haar misfehien bedrogen cn niemand gebeld had. Doch zy kreeg eene koude ril" ïïhg, eir verliet fpoedig het fpookvertrek.

Nauwlyks had zy zig eenige fchreden van de deur verwyderd ,' of 'er werd weder 'gebeld. Ondertusfehen kwam jan, een bediende van den ■overledenen, de trnppen ophopen, en vraagde, wie dan daar boven, nü reeds voor de tweedemaal gebeld had, daar nogibans mevrouw met al haare kinderen beneden in baar kabinet was ?

Dit viel julia als een molenfteen ep bet hart, doch zy antwoordde listig en bedaard : „Ik weet niet, wie nu by het lyk is, - en mogelyk gebeld heeft; .ga zelf eens zien."

De bediende ging, trad zeer gerust in de kamer, zogt rond, en vond insgelyks geen levende ziel in dezelve. Uit de kamer komende, zeide hy tegen julia, die op zyne terugkomst wagtte1: „Ik kan nietbegrype'a,

wie

Sluiten