Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

44. SPOOK*

Men deed terdond alle naarvorfehingen naar zulk een masker. Niemand had haar heen zien gaan, en toch was zy ook nergens. Alle huurkoetziers, die voor het flot hadden gedaan, alle bedienden werden ondervraagd; niemand had haar gereden, niemand had haar bediend. Eindeiyk meldden zich twee zeteldraagers aan. Zy hadden, zeiden zy, vódr een klein uur, eene vrouwlyke domino, die uit een agterdeur fcheen te komen , weggedraagen.

Maar, waarheen? waarheen?

Naar het kerkhof t daar bad zy bevolen ftil te houden , en by het uitflappen den agterften draager eenen ouden, verfchimmelden dncaat in de hand gedopt; was vervolgens naar bet hek van den Godsakker gegaan, had hetzelve met eene zagte aanraaking geopend, en fcbielyk weder agter zich toegegooid. Waar zy toen gebleven was, wisten zy niet. Zoo veel de vrees en verwondering hen hadden toegelaaten op te merken, was zy in een graf ter regtehand verdweenen. • Hier lag het familie-graf van den graaft

Al.

Sluiten