Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I5<3 5 Pï O O K-

verwyl daar van daan. Ik bleef nogthans by royn genomen befluit, en. wilde myn paard yan den weg af en naar de oude overblyfze!s heen leiden; doch het fnuivende dier verzette zich met alle magt daar tegen, even als of 't het voor my nog onzigtbaar fpookend voorwerp reeds bemerkte. Ik moest geweld gebruiken , om myn oogmerk met en op het losbandig beest te bereiken, en nauwiyks»was< het my gelukt hetzelve een weinig nader tc brengen , of het kwam my voor, als of ik eene lange witte geftalte van de ruïne naaf my zag toekomen. Ik beken, dat my eene huivering aangreep: want — dagt ik — welk natuurlyk ons bekend aardsch wezen kan, in dit onftuimig weder, om middennagt, hier zyn verblyf gekoozen hebben? En echter was ik fpoedig overtuigd van de wezenlykheitt van dat geene , wat my eerst Jlegts zoo voorkwam, Intusfchen risp ik het gew.iande fpook moedig en met eene forsfe ftem toe: „Wie

«zytgy?"

„Ach, lieve heer', ik bid u om Gods wil „h ilp my. Ik:. ben een ongelukkig verdool.

» de ;

Sluiten