Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lf$ m p- ook*

der. „ My dunkt," zeide ik, „ dat'er te „ vooren nog eens geklopt is;" d t was myn*' vriend ook zoo voorgekomen» • „ Kom bin„ nen!" riep ik dus; doch 'er kwam niemand, hoewel ik het: kom binnen ! herhaalde. Daar ik nu geen lust had om op te liaan, zoo zeide ik tot den magister: „ die niet

binnen wil komen,kan 'er buiten blyven." Wy zetteden dus ook ons gefprek voord; doch werden weldra wederom in hetzelve gefloord door een andermaal kloppen, dat zeer duidelyk was, en waar door de niet zeer vast fluitende grendel in beweging gcbragt werd, en eenen klank van zich gaf..

Nu ftond ik op en opende de deur; doch 'er was niemand. —• „ Waarfchynlyk een ftu,, dent, die den fpot met my wil dryven zeide ik, en trok de deur onwillig weder toe.

Wy befloten, zoo dra 5êr wederom zou geklopt worden j fchielyk met het licht in de hand! de deur te openen,. De kloppende,, dagt ik, moet dan zeker betrapt worden, dewyl de gang zoo fmal is > dat de opeu-

ftaan—

Sluiten