Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERTELLINGEN, 59

weder om, en betaalde zynen paarden den trek, dien zy hein gefpeeld hadden, met duchtige zweepllagtn. Zoo dra zy intusfchen wederom op de plaats gekomen waren, waar zy te vooren onrustig waren geworden, fhoo, ven cn fteigcrden zy nog heviger dan de eersteuiaal, cn waren, in weêrwil van verfcheiden her-hardde poogingen, vclflrekt niet voorby die plaats te krygen. Nergens was ha het -duister een voorwerp te ontdekken, het welk de paarden fckrw bad kunnen maake;;; nergens bewoog zich iets > cn de breede rijdweg liep regt door het bosch heen.

Myn vader, die vrij was van alle vooreordeelen, en die als foldaat geen vrees kende, (hy had kort te vooren den Hollandfchen dienst verlaaten) zogt den natuurlykc-ia grond van dit geval in de koppigheid, welke men dikwyls by afgejaagde paarden aantreft. Hy beknorde daarom den postillon over de flegte knollen, en beval hem dezelven uittefparmen, naar het posthuis terug te ryden'^ en tem betere paarden te bezorgen, ter* C 6 wy\

Sluiten