Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94 spook-

wie in myne eenzaamheid de beide anderen kon veröorzaaken. Het vengfter, tegen over den befchadinvden muur, zag op den voorhof vit; het was maanlicht, en ik vermoedde dus in den hof twee menfchen, van welken deze fpookachtige fchaduwen kwamen. Ik dagt aan de beide zoonen van den beer busching , die misfchien na my heimelyk binnen gcfloopen waren , om een grap te maaken. Ik vond echter niemand, en evenwel wilden de fchaduwen in myne kamer, die meer dan levensgrootte waren, tot myne niet geringe vrees ,- nog immer niet verdwynen. Zeer ernfüg vroeg ik de dienstmaagd, waar de beide buschings waren: want deze moesten naar myn vermoeden volftrekt de oorzaak dezer verfchyning zyn. Ik kreeg echter even zoo ernftig ten antwoord , dat ik zeer wel wist dat 'cr niemand met my was binnen gekomen; en dat zy naderhand de deur niet weder geopend had. Ik wilde my niet verder verklaaren, en keerde nu, niet zonder onaangenaame en angftige gewaarwordingen,

naar

Sluiten