Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

136" s p o o K-

den verfchriktcn halfdooden kajuitsknegt. Het Verlcbynfel liep naar eene fles mee Cpiritus, welke het wist dat in het vengfter ftond, hield denzelven den onmagtigen onder den neus, cn beftrcek hem de flaapen van bet hoofd. — Walker, die, bevende over zyn gantfche ligchaam, nog fteeds te bed lag, ziende dat de geest zoo goedhartig werkzaam was, begon ccn weinig van zynen fchrik te bedaaren.

. De vermeende geest echter — geen ander dan de nog in leven zynde heer eurnet zelf — deed zyne verbaasdheid en verwarring geheel verdwynen, toen hy, zonder nogtans den fchyndooden kajuitsknegt een oogenblik zonder hulp te laaten, den heer walker toeriep : . „ vriend ï ik moet u om vergeving. „ bidden, ik vrees dat ik de fcherts te ver „ gedreven heb; ik zwom het fchip rond, en kwam onbemerkt door het kajuitvengftcr we„ der in hetzelve. Dit gevolg had ik niet „ voorzien; want myn oogmerk was alleen, s, u van de naluurlyke vrees te overtuigen,

„ wei-

Sluiten