Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïH4 spook-

lykheid en bovenkomende deugd?—** echter ftceg de verwarring van het meisje zigthaar elk oogenblik. Reeds beefden traanen in haare oogen — en by het einde des verbaals weende zy luid en hukkend. Op

de vraag, wat haar deerde, bekwamen wy in langen tyd geen antwoord. Eindelyk fprong zy op, zag ftrak ten hemel, wrong de handen, en riep in de tixffendlte gcflaltc der fchoonheid : „ 6Blo l anclï' io jon dl qneW Infellcel,r (ö God! ook ik behoorde tot die ongelukkigen Q — Wy allen gevoelden ons ontroerd, en betrachtten haar met ftille verwondering. De oude lag nog op het bed uitgeftrekt — en fnorkte.

Zelfs de abt werd nuchter. Hy had te vooren, zelfs in tegenwoordigheid der moeder, vryheden by het nauwlyks halfgekleed f meisje gebruikt, welken zy (vecliigt reeds voorlang een ongelukkig fiagtöffer van den wellust) flechts met halven ernst had afgeweerd. Thans , terwyl hy eene haarer handen kuschte— trok hy haar op zynen fchoot, droogde haare traanen met zyn' zakdoek, en

fprak

Sluiten