Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 59 )

gifter, zoo als ik u zeide, dat wy doen zouden , naar hier. Op heden (want wy zvn eerst dezen middag hier gekomen: wy zyn meerdan zestig mylen van de abtdy af) is my iets voorgekomen, welk myn dwaas , trotfch, teder hart zoo fterk heeft doen kloppen, datiknaauwlyks van myne bezwyming herfteld ben; ja ik beef nog als ik 'er om denk.

1? Wat dan, FannyV' zult ge zeggen; „ zyt

ge weder door Struikroovers aangevallen?

of wat voor een fpook hebt gy gezien?"

Neen Lucia; noch roovers, noch fpooken: maar iets, dat ik, zoo oud als ik word, nimmer vergeten zal. —- Zoo veel in myn vermois, zal ik myn verftrooide gedagten by deze hart-grievende gelegenheid trachten te vergaêren.

Terwyl myne vriendin en ik een zeer aange* naamen weg langs reeden, en midden in een gefprek waan over één der gevegten van Ho* merus, zagen wy, ter zyde van den weg, een ftaatsie van niet minder dan zes koetfen een zeer fchoone eiken - laan, die van een adeiyk kafteel door een paar trotfche deuren tot op den gemeenen weg uitloopt, afkomen. De rydtuigen gingen zagtjes voort, en maakten eene

zeej

Sluiten