Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 95 )

niet, wanneer ik kan je nog geen voldoend antwoord geven." Hier gaf hy

my hetzelve over.

Ik. „ Vergeef my, myn Keer, dit is het myne

niet; dit is een blyfpel." Ik zag dit,zoo

dra ik het in handen kreeg.

Boekverkooper. „ Dat het jouwe niet?

Waard ....1 of het dan is! • Zie daar,

(hier gaf hy my een groote porte- feuille over, waarin verfcheide raanufcripten waren ) zoek

maar uit. Men is waarlyk met deze

vrouwelyke fchryvers meer gebruid, dan Job ooit met zyn wyf geweest is." Ik. „ Hoe, myn Heer, (ik vond juist myn treurfpel; maar het zag'er deerlyk uit; dedrieeerfte bladzyden, en een gedeelte van het tweede bedry f waren 'er uitgefcheurd) hoe komt het, dat dit zoo gehavend is?"

Boekverkooper. „ Daar moet je niet naar vraagen: het is 'er zekerlyk uitgewaaid, of anders heeft het myn kok gebruikt, om vogels mede te braaden."

Ik. „ Dit vind ik gantsch nïet vriendelyk, myn

Heer!" Ik nam het vervolgens aan, niet

zonder myn misnoegen te toonen.

Boek*

Sluiten