Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C27)

foRlE-EN-T WINTIGSTE BRIEF*

z van December»

Jk vrees, vriendin, dat ik wel rasch onderviny den zal 't geen myn Boekverkooper my zeide, dat in deze groote Stad het lot van menige Schryvers is. Ik moet nu aan myn

laatfte guinie, en ben reeds eenige weeken huur aan Jufvrouw Baxter fchuldig. Waarlyk, als

myn' Boekverkooper doch daar komt hyi

Wat denkt gy wel, Lucia, dat ik voor myne gedichten gekregen heb ? . En dan nog

zeide de man, dat by het deed ter myner aanmoediging. Doch laat ik u liever het gefprek mededeelen.

Boekverkooper. „ Wel, Juffer, ik zal geen enkele Schelling aan je werk verdienen: — maar, terwyl ik geloof, dat gy de rest flagc Van uwe broeders en zusters, ben ik voornemens aan u een daad van menséhlievendheid t@ G doe/*

Sluiten