Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 98 )

doen. • Doch laat ons ter zake komen'£

Op myne eer, Juffer, moet ge my gelooven,

als ik u verklaar, dat ik iï let wel op

wat ik zeg alleen uit aanmerking van uw

veelbeloovend vernuft, en zeer veel boven de waarde geef, als ik u twee guinies betaal."

Ik. „ Twee guinies! En dat voor twee

deelen met gedichten ? Zeker kundig man

heeft my gezegd, dat ik 'er ten minnen dertig voor hebben moest."

Boekverkooper. „ Zagt, zagt wat, myn kind!

■ Wat men u verteld heeft, weet ik niet; . maar dit weet ik, dat ik als een eeriyk man met u te werk ga; —— Hoor eens, Juffer, ik ben een opregtman, en zeernaauwvan

geweten, ik verfta my de konst van

Vleien niet: daar, daar hebt ge uw geld;

■ maar, ge moet gelooven, het is uit loutere weldadigheid; want ik heb het al te

drok, ja ik zeg nog eens, ik heb het

tegenwoordig al te drok."

Ik. „ Gy behoeft niet te denken, myn Heer, dat ik dat geld zal aannemen." Boekverkooper. „ Wel nu dan,hoor eens,myn jiind! — ik zal u in eens myn meening zeggen.

Sluiten