Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 114 )

halve *t geen ik op dit oogenblik aan myn lyi

heb. Denk eens, myne twee fraaie »W-

gees , die ik by myn verblyf aan het huis van Mevrouw Wetooid gemaakt heb, en al myne overige tooifels en kleederen, waarmede ik de voornaamlte luiden phg te bezoeken , en die my nu ook by uitftek te pas komen, met al myn overige linnen enz. op eenmaal te verlie-

zen! en dan , 't geen nog het ergst van

allen is, het gering overfchot vin myn kas, en

de diamanten-ring van Jufvrouw Barlow! .

Wat zal ik beginnen, Lucia? —Ik herinner my, dat ik die voornaamite kostba?rheden eens aan Jufvrouw Baxter heb laten zien, by gelegenheid dat zy by my op de kamer was, en zy heeft toen gezien, dat ik zulks in het koffer leidde* — By eene andere gelegenheid

heeft zy my myn geld daarin zien leggen:

maar ik kan , ik mag immers van haar zelve geen zoo kwaad vermoeden hebben; zy is naar myn gedagten veel te braaf om zoo oneerlyk

met my te handelen. -— Neen de meid

met haar fchynheilig gelaat moet of zelve een dief, of ten minden tot deze dievery behulpzaam geweest.-—— Dit is waarlyk eene zeer ne-

te-

Sluiten