Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C tï6 $

kèilriisfen héb, dat ter uitvoer brengen? —ia. Kortora, hoe grievend dit verlies voor my zyü mag, ik moet 'er maar geduldig onder wezen. Waarlyk, Lucia, niet alleen alle myne, en dac zoo veel fraaie kleederen te verliezen, maar dan daarenboven nog den gerrngen fchat, dien ik

met myne gedichten gewonnen heb onï

dit alles zoo maar ongetroost op te offeren, daar behoort meer dan het geduld van een Soera* testoe!—— Ik doe echter mynuiterite belt om my in dezehevige rampfpoed met de wyze grondregels der oude wysgeeren te vertroosten, die zoo veel ten voordeele der armoede hebben gefchreeven.

Wat zyn wy toch brooze Vervelingen, Lucia ï

Myn laatlten brief aan u floot ik met een

ydel pogchen op myn geluk. —- O Jammerlyke hoogmoed! — Doch laat ik nu ook geduldig zyn f

Het verwondert my ten hoogften, dat ik nog geen taal of teeken gezien heb van mynen altoos geëerbiedigden vriend, den Heer Barlow.

— Maar daar komt de goede Tufvrouw Peen.

— ik leg zoo lang myn pen neder.

Die lieve vrouw \ «— Zoo als zy van de be-

WUS»

Sluiten