Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C n8 )

treurfpel zult winnen? ; Kom aan Iaat iku,

verbidden, neem gy de tien guinies gerustelyfc aan!" — „ Neen, Madam," antwoordde ik s, ik durf en ik mag niet." - „ Wel, laat het 9er dan vyf weezen," hernam zy. —— Doch hoe weinig ik ook bezat, ik volhardde in myne weigering. Zy fcheen misnoegd over deze myne vreemde hardnekkigheid, zo als zy hetnoemde. „ Maar nu," zeide zy, „ Mylord B— heeft ons zoo even tegen morgen middag op thee verzogt, hoe zult gy het nu maaken zonder kleederen? . Hoor, kind lief, myn geheele kleerkas, zoo wel als myn beurs, die gy ondeugende meid zoo halftarrig weigert aan te nemen, is tot uw dienst."

„Ach, Jufvrouw Peen," was myn ant* woord, „ gy zyt de goedheid zelve: maar wat myn kleeding betreft, toen ik laatst by zyne LoróTchap geweest ben , heb ik myn befte pak aan gehad, en dit heb ik daardoor gelukkig behouden: anders zou ik dat zeker ook geheel verloren hebben."

„ Wel," hernam zy, „ ik heb nog nooit van

zoo een zonderlinge diefftal gehoord ! -

Wat het volk hier in huis betreft, zy zyn door

C21

Sluiten