Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C I&3 )

vermyd toch zulke uitdrukkingen! — Uw uiterlyk voorkomen is zekerlyk uitermate ellendig— maar 'er leeft een genadig God, die allen,' die op hem vertrouwen, onderfteunt en te hulp' komt. — Daar, neem wat zout, en komt wat

tot bedaaren/ zeg my eens, Caroline,

welke noodlottige famenloop van onheilen heeft u zoo verre vervoerd? —. ik ben, dank zy den Hemel, thands in Haat om u eertigzins te helpen."

Caroline, fn traanen uitbarflende. „ Ach / gy

*yt een engel van weldadigheid/ Z\x\k

een flegte, als ik ben, te helpen! _ zulk een te helpen.' -_.my, die u zoo dikwyIsme£ wreedheid behandeld heb! - Ach, myn Fan* »y, myn moeder heeft zoo wel voor u, als

voormy, veel te verantwoorden; doch zy heeft

nu ook een grievend Iyden!"

ƒ». „ Zeg my toch, Caroline, wat maakte u

Zoo ongelukkig!"

Zr- „ Neen, neen - ik kin _ ik mig uW ooren niet kvvetzen met een ver!mi van allerleis gramden. — Gy zyt zuifere ohfchu|d en goedheid — (hftr keek zy my zeer wild aan)

™« 'l! ben een bedorven, zondig fchep-

L 2 f«I

Sluiten