Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 193 )

h: heb hem reeds zeer ernftigverzogt, om zich door naarftigheid eene eerlyke kostwinning te bezorgen; doch ik vrees dat myn verzoek weinig zal baaten. Ik voor my fchryf dag ea

nacht, om aan de kost te komen. „ Ach!

myn waardfte," zeide ik tot hem, „ ik zalvaa

myn kant aldoen wat in myn vermogen is;

ik kan het denkbeeld niet verdragen, dat onze fchulden van dag tot dag gröoter worden: — laat ons in de eerfte plaats onze uil gaven zoó flaauw bepaalen als mogelyk is, en dan eens ernftig denken, om ons voor het toekomende ten genoegzaam onderhoud te verfchaffen."

Na lang oVer en weder praaten kreeg ik hem zóó ver, dat hy zich aan het vertaaien héefc

begeven. Ik heb u, zoo ik meen, meer

dan eens gezegd, dat zyn letterkundige fmaak zeer groot en goed is: — maar tot myn leedwezen kan hy zich nooit met iever ergens op toeleggen. Hy is zeer wel in uxat om iets te ondernemen,- maar hy is uit gewoonte zoo los, dat ik vrees, dat hy niets ten einde' zal werken, zoo dat hy my zelve vry wat moeite zat sn den weg werpen. — Midden in de verTaaling van eene derfchoonfte plaatfen van zyA fchryver, vliegt hy van zyn ftoel, neemt zyn

viool

Sluiten