Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEE-EN-DERTIGSTE BRIEF.

Londen 2 van Maart.

De verzekering, beminde vriendin, die gy my in uwen laatften geeft, dat gy Engeland nog eens zult komen bezoeken, isr, hoe verre dit vooruitzicht voor my nog zyn iftoge , eene uitnemende versterking voor myn kwynend hart. Ach ! zal ik ^u nog éénmaal omhelzen ? — Zal ik u nog éénmaal aan mynen getrouwen boezem mogen drukken? —— Helpmy, genadige Hemel, de tegenwoordige rampfpoeden, in verwachting van dat gezegend oogenblik, met heldenmoed dooritaan! Hoe

groot zal dan myn genoegen zyn, als ik umya lieve kleine Lucia in uwe armen overgeef! — Dat lieve onnozel wicht! — Hare grimlagchjes zyn naast uwe brieven, myne voornaamfte, ja ik mag zeggen , myne éénige vertroosting. — Terwyl ik dezen fchryf, ligt zy gerustelyk in myn fchoot te flaapen. Gy fchryft my, vriendin, dat ik kort zyn zat

in

Sluiten