Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 2.17 )

gén echtgenoot zoo fterk verfpreid zyn, vertegenwoordig, hoe dikwyls roep ik dan

uit, „ genadig God! is het mogelyk, dat het laagst bedrog, de uiterfte valsheid, de grootfte ondeugden onder zoo veel uitwendige vertooning van deugd verfcholen zyn?"

Hoe ongerymd, myn' waardfte, of laat ik liever zeggen, hoe volftrekt valsch is diebelag.

chelyke grondftellïng, gave God, dat

ik het anders vinden mogt! dat „ een

bekeerde ligtmis de beste man is!" — Maar, helaas! indien ik ernftig fpreek, dan geloof ik. zeker, dat 'er nog nooit een regt bekeerde

ligtmis beftaan heeft. Een doorgaande

leevensloop, waarin de zonde heblyk geworden is, bederft de geheele ziel, en vergiftigt

alle de middelen tot berouw en bekeering.

Ik heb meermalen van zonderlinge bekeeringen gehoord; maar ik geloof, dar het daarmede tven eens gelegen is als met den Moriaan te

wasfchen. doch ik word belet voort te

gaan.

Myn Boekverkooper, met wien ik voor zeker werk, dat ik van daag heb afgekregen, (zynde eene vertaaling uit het Fransch ) wegens d!- rojn van vvf"en pond was overeengekoO 5 men

/

Sluiten