Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C *34 >

smet Baar geheele hart, welk door traanen fpralf* en wenschte my alles goeds tot vergelding. — Ach, Lucia, wat heeft myn echtgenoot niet te verantwoorden, daar hy zoo veel heilige onfchuld heeft durven verleiden !.

Eindelyk nam ik haar mede in het rydtuig, welk naar my wachtte ,en bragt haar in die herberg, daar de postkoets juist gereed ftond om te vertrekken. Ik betaalde de vragt vóórhaar, en haar nog eenig geld in de hand duwende, om hare verteering op reis goed te maaken, zag ik haar in de wagen flappen, en kort daarna wegryden. — By het heengaan wrong zy my de hand, terwyl zy al fnikkende zeide, — >, de Hemel, Madam, beloone uwe weldadigheid!"

Het zy verre van my, Lucia, dat ik eenige verdiende in dit ftuk zou voorgeven: — Myn wensch is alleen, dat ik een gefchikt werktuig mag geweest zyn , om deze ongelukkige voor verdere ellende en verderf te bewaaren; want dit zou zekerlyk haar lot geweest zyn, indien ik haar niet eenigzins had geholpen, —— Ik weet wel, eenige vrouwen zullen myn gedrag by deze gelegenheid veroordeelen, en uitroepen ,

Sluiten