Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(241 3

ihaar hcehi de maat myner onheilen ïs

thands völ gemeteri! ■ Een zwaare koorts

treeft myn kleine Lucia van my weggerukt! —en dus moet ik in eenzaamheid zonder troost alle deze rampen verduuren ! — — Doch waartoe al dit morren? De wil des Hemels ge-

fchiede! Ja, Vriendin, ik zal my zelve

in ftaat Hellen tot die geduldige onderwerping, die wy in het fchool der tegenfpoed alleen kunnen leeren; Het is daar en daar

ook alleen dat wy ons zeiven leeren

kennen, en ons aan de wyze fchikkingen van den Albeftierer op het eerbiedigst leeren onderwerpen 3

Nu dan, myn aanminnig wicht, zullen geene vertroostende grimlagchjes het bedrukte hare uwer rampfpoedige moeder vervrolyken. >—Doch waarom zou ik het u benydeit ? — waarom zou ik bedroefd wezen,- dat deze lieve met heerlykheid bekroond is, eer de donder geloeid, eer de blikfem hare alverteerende firaalen heeft uitgefchoten / — De Almagtige Beftierer van alles heeft deze tedere bloem af^ëfneden, eer zy in de gelegenheid kwam 0112

verdrukt te worden. Hy zag ongetwyfeid

het onheil, dat haar over 't hoofd hing, ent;'

q kt

Sluiten