Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7Zo W. FOLKERSMA, GENEES-

Eer zy zig egter vertoonen (waar van de tyd onzeker is), gaat 'er eene fcherpe koorts, benaauwdheid , pyn van den ruggegraat, drukking der borst, hoest, zinkings - pynen, traanende oogen, en meestal de pis zonder zetfel, vooraf.

Deeze gierst-puisten vertoonen zig eerst op den hals , by de fleutel - beenderen en de borst zeer zelden, op 't aangezigt, verfpreidende zig naderhand over het geheele lighaam. De loop derzelver is op de volgende wyze : eerst verheffen zy Zig, droogen uit, en fchilferen als zemelen af, daarna vertoonen zig weder anderen, die fomtyds openberften , en een weyagtig vogt uitgeeven. Zommigen zyn 'er, myns bedunkens niet ten onregte , die de gierstkoorts niet voor een eigenaartige ziekte houden , maar voor een toeval in andere ziekten, en wel hoofdzaakelyk om deeze redenen :

1. Om dat men ze meestal ontdekt in grasfeerende ziekten, en wel voornaamentlyk in befmettelyke gal- en rotkoortfen, zo als ik dikwyls by, geringe lieden heb waargenoomen.

2. Om dat men ze meestal waarneemt by hen, wiens eerfte wegen in den beginne niet genoeg gezuiverd zyn.

3. Voornaamlyk by hen , die van een morfigen aart zyn, en in te naauwe plaatfen geflooten leggen.

4. En wel eindelyk, by hen, welke door een

"■- ■ te

Sluiten