Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

772 W. F O L KERS MA, GENEES-

zynen oorfprong had, gaf ik hen altyd dezelve met warm water verdund, een kelkje witte wyn met water of een weinigje jenever op oranje- fchillen, of iets anders, maar nooit brandewyn.

Dit foort van kolyk is van die natuur, dat het zeer dikwyls in denzelven lyder wederkomt, ten welken einde men ter voorkooming altyd 't volgende kan laaten gebruiken:

9=. Sem. Anifi

—— Carui aa 3> Sacchar. alb. \j. Nitri puri Bij. M.

Daarvan driemaal op een dag een thee-lepeltje vol gebruikende; verder dienen de lyders zig warm te houden, en zig naauwkeurig voor koude en winderige fpyzen te wagten: of men kan in zwakke geftellen de kina en ftaal op wyn getrokken, ten gebruike geeven.

§. XXV.

Het derde foort van kolyk, noemt men galagtig kolyk (Colica biliofa). Een kolyk , waar in de gal fcherp geworden, en in de dunne en dikke darmen zig vast-zettende, deeze pynen voortbrengt.

Zy word voornaamentlyk gekend uit de pynen, die zig onder de maag openbaaren; te gelyk uit

eene

Sluiten