Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< 4° >

HET WELTEVREDEN

M E I S J E.

fflïïfr • f*8 " 'f ft$r Vnndfckap woont.

Mijn minnaar, die mij, in mijn jeugd,

Zijn teedre liefde bood, Bemint, benevens mij, de deugd,

Waardoor mijn heil vergroot: 'k Vertrouw derhalve, blij te uioê, Aan hem gerust mijzelve. j;oea r ' . ft Ja! ó Ja! ó Ja!

■ i£

Ik ben verzekerd dat zijn hart Geen fchandlijk oogmerk voed.

Als hij verneemt dat mij iets fmart, Treft dit ook.zijn gemoed,

Zou hij dan immer oorzaak zijn,

Pat iets mij droefheid baarde of pijn?

. . £ Neen! 6 neen! 6 neeui

Sluiten