Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 62 >

DE KLAAGENDE

V I S S C H E R.

Wijze: Ik koom hier aan de heide gaan.

s daar legt de Visfcherij! Daar legt al mijn gewin; Het knaagende gebrek, verteerd Mijn jamm'rend huisgezin f Wat zal, wat kan, wat moet ik doen,

In dezen bitt'ren nood? Mijn Lieve Vrouw zit fchreiënd neêr, \ Zij heeft noch geld noch brood.

*

Niets leerde ik zints mijn ted're jeugd.j

Dan visfchen op de Zee, En met mijn zoute en verfche vangst,

Te vaaren naar de Ree; Ik had het noodig onderhoud;

Ik trouwde een Lieve Vrouw; En hoopte dat ik van mijn winst,

Mijn nooddruft hebben zou:

Sluiten