Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8t<So E. J. T. a THÜESSINK, GENEES-

een'algemeerie ontftekihgskoorts plaats grype , 't zy dat de ondleking alleen een byzonder deel hebbe aangedaan; even .als in koorts heeft hier ook zeker in teen groter mate een gefpannénheid der vezelen plaats, welke niet anders, dan door het ruim gebruik van ontfpannende middelen, kan worden weggenomen.

In alle de zinkingaartige ziektens welke in ons Vaderland zo algemeen zyn, door de gedurige verwisfelingen van koude en.warmte, en uit een belette doorwaasfeming voortfpruiten, die zig onder de gedaante, van rheumatieke pynen door alle de leden, hoofd- en tandpynen, heupjigt, hoesten, pyn. op de borst, verkoudheid, zinkingkoortfen, enz. vertonen , in welke allen een al te grote gefpannénheid der vaten, vooral der poren van de huid, plaats heeft, heeft men byna geen andere middelen, dan warme waterdranken, en zagte ontfpannende middelen nodig.

Dan uitwendig bezigen wy deeze middelen nog me? veel- zekerder en ogenfchynlyker nut, dewyl zy dan onmiddelyk op het aangedane deel aangelegd, op hetzelve een onmiddelyke werking kunnen uitoefenen. Overal dierhalven, waar uitwendig eene al te fterke gefpannénheid der vezelen plaats heeft,, kunnen.de emollierende .middelen met een uitftekend nut worden aangewend. Dus ko* men zy vooral te pas in uitwendige ontftekingen, in oogziekten, in uitwendige jigtpynen, in ver-

Sluiten