Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

973 E. J. f. a THUESSINK, GENEES-

ten, waaruit dan een algemeene fcherpte geboreri wierd. Ik heb dit ten opzigte der fcrophuleufe ontaarding breedvoeriger zoeken aan te toonen (n), en ik geloof, dat wy met eenigen grond hetzelve mogen geloven van alle andere fcherpten , zelf de zodanige, welke door overerving of befmetting worden voortgeplant; in de venusziekte, kinderpokken, roodvonk , mazelen, enz. is 'er altoos eerst een plaatslyke ziekte, welke zig op een byzonder gedeelce des lighaams vertoont, waarna eerst de algemeene masfa word aangedaan. Ja zelf dan, wanneer onze geheele vogtftroom is aangedaan geworden, vertoont zig de'fcherpte door haare uitwerkfelen niet in de kanalen zelve, waardoor het bloed word rond gevoerd; de natuur heeft genoegzaam gezorgd, dat deze met een natuurlyke flym overtogen waren, ten einde zy niet daardoor zouden befchadigd worden: zy vertoont zig in de werktuigen van affcheiding. Naar mate nu deze verfchillen, verfchilt ook de natuur van het afgefcheidene vogt, en diensvolgens ook de. natuur der fcherpte. Uit een oppervlakkige befchouwing van het zo even gezegde begrypt men ligt , dat de aart der fcherpten oneindig verfchilt , en dat dus ook de geneesmiddelen zeer verfcheiden moeten zyn. Het ware te wen-

fchen,

O) In myne Voorrede voor 'het Werkje van den Heef white over de Scrophula.

Sluiten