Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

foi2 E. J. T. a THÜESSINK, GENEES-

is de thé allernadeligst. In podagreufe, graveelige'> jigtige lighamen is de thé matig gebruikt nuttig; al te veel gebruikt, verergert zy de oorzaak der ziekte.

De plantte luridte , waaronder de Solanum, de Airopa belladonna, Cicuta, Hyofcyamus en andere behoren , hebben alle niet alleen een pynftillende en verdovende kragt, maar fchynen ook byzondere kragten te hebben in kwaadaartige zweeren en zelf het kreeftgezwel: wy hebben in onze kelder en keuken geene middelen, die wy daar voor in plaats kunnen ftellen. Wat d: pynftillende kragt alleen betreft, moeten zy au'e voor de opium wyken; dog zommige, a!s de hyofcyamus, zyn in weinige gevallen en in eenige geftellen , die de opium niet verdragen kunnen, te verkiezen. De Aconitum is zedert weinige jaren in de Materia Mediea gebragt, en vooral in jigtpynen aangeprezen, ik zoude deze ook niet gaarne ontberen. Intusfchen is het zeker, dat wy deze middelen maar zeldzaam nodig hebben.

De Tabak (JSicotiana Tabacum. L.) is ook een pynftillend middel; dan het Icherpe en prikkelende beginfel, het welk in deze plant huisvest, overtreft het verdovende in zo verre, dat wy dezelve liever onder de ontlastende middelen naderhand zullen behandelen.

TJVEE"

Sluiten