Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en HEELM. uit KELDER en KEUKEN. 1159

Zoo lang dergelyke lyders hunne kleederen en beddegoed niet verfcheuren, reeken ik altyd, dac de krankzinnigheid niec ten hoogden top geklommen is: maar wanneer dit gebeurt , is 't my, by eene meer dan twintigjaatige ondervinding in deeze lieden, genoegzaam altoos gebleeken , dac zy of niec fpoedig herdelden, of dikwyls weder inltorteden. Ik bedoele zoodanige krankzinnigen, die aan eene Mania cum furore ziek zyn, in onderfcheiding van anderen , welker geval meestal onherdeibaar is, en 't welk men veel eer eene infaziia noemen moec.

Myn lyder had den tweeden dag na zyne komst alles vernield, zelfs hec droo uic de matras gansch klein vermaalen. Hy was gansch naakc en in eene vreesfelyke woede, zulks men hem niec konde naderen. Eeten en drinken werd hem door de fchafdeur, in een koperen vercinden bak, aan een ketting vastgemaakc, gegeeven. Dit wierp hy weg, of vermorste het ganfchelyk , of at het onbefuisd in een oogenblik op.

In deezen toedand bleef hy meer dan agt of tien dagen, na welken tyd de grootde woede een weinig fcheen te bedaaren. Toen waagden wy het, cm de deur te openen en hem in een ander verblyf, naby hec voorige, overcebrengen. 'Er was een hembdrok van zeildoek gemaakc, die op den rug open was, en aldaar met een' dun, doch derk touw werd vastgeregen, op dat hy denzelven niet Eeee a zon-

Sluiten