Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fan de Heilige Schrift. II

kerfte wyze zegt, wat de Mensch was, toen hy uit de Hand van God kwam, Gen. I. vs. 127, 31. Wat hy door eige fchuld geworden is, Rom. III. vs. 10. Pf. XIV. vs. 2, 3. Eu

v/at hy. door Gods Hulp worden kan en zal, 'wanneer hy Gods Geboden opvolgt, en op zyne Beloften zyn vertrouwen (lelt. Pf. CXIX vs. 9. 2 Tim. III. vs. 15. Rom. I. vs. io\ _ Vr. 4.0.^ Wat hadden de Opftellers der heilige fchriften op eene byzoudere wyze van God ontvangen?

.Antw. Hun beroep , hunne bekwaamheid en hunnen moed, eene betere kennis van den Godsdienst door hunne Redevoeringen en fchriften te bevorderen. < - Vr. 41. Waar mede hielden zy zich bezig?

Antw. Zy gaven wyze lesten in opzicht van de Toekomst (voorfpellingen) en'bevorderden de kennis vecler dingen, die hunnen'Tvdgenooten onbekend of duifter waren, (Gehamenisfen.")

Vr. 42. Wat wordt daarom van hun gezegd?

Antw. Dat zy gefproken hebben, gedrce^c'n van den Heiligen Geest, dat dus hunne Schrift ff n van God zyn ingegee^en. 2 Tim. III. vs. jcT. x&lle Scarift, ifan God ingegeeven, is nut tot leering, tot beflraffing, (overtuiging) tot verbetering , tot ondenvyzwg in de gerechtigheid (aanwyzing tot reehtfehapenheid) op dat een Mensch Gods (een Leeraar van den Godsdienst} volkomen zy,tot alle goed werk, (rot alle Bezigheden van het L^èmé&ropt)geftètét. ^Petr I. vs, 21. De heilige Menfchen Gods hebben gefproken gedreeven Van den Heiligen Geest. » Cor. III. vs. 5, 6.

. Vr.

Sluiten