Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ïoo Fan de "bevordering der Chriflelyke, enz;

dere plaatzen leert, dat het Geloof zonder de PFerkeh der JVet rechtvaardig maakt?

Antw. De Apoftel fpreekt in deeze fchriftunrplaatzen niet van zulke goede werken, die ieder Chriften doen moet, (vergl. Gal. V. vs. 22. Hoofdd. VI. vs. 9.) maar van zulke, die de Joodfchgezinde Menfchen in zyïien tyd deii Chrifteuen riaar de Wet van Mofes wilden opleggen.

Vr. 338,. PFanneer moet de Mensch begin" nen zich ' te verbeteren ?

Antw. Het begin tot de Chriftelyke verbetering moest by eiken Mensch vroeg en reeds in de Jeugd gemaakt worden, wyl zy hem dan ligter en zekerer wordt, en hy zich over bjiaré goede gevolgen des te meer vèrblyuen kan, Pred. XII. vs. 1. Spr. VIII. vs. 17. ik heb lief, die my (de Wysheid) lief hebben , enz.

Vr. 339. lioe móet het befluit tot verbete■Jrtng gefield zyn?

Antw.. ï4et befluit tot bekeering van den kwaad en weg" moet op éénmaal levendig en onherroepeiyk in de Ziel zyn.

Vr. 340. Maar is dan de verbetering zelve het werk van één oogenblik?

Antw. Geenzints 1 de verbetering zeb>e of de afwenning van de zonde en de gewoonte tot het goede kan flechts naa en naa bevorderd, en moet geduurig voortgezet worden. 1 Cor. XVI. vs. 13.: 2 Cor. VII. vs. 1. Hebr. XII. vs. 1. laaten wy afleggen, enz.

Vr. 341. TFat is 'er van het uitftel der verbetering te houden P

Antw*

Sluiten