Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste Bezigheid. 7

De mensch weet {en hy kaffer niet onbewust van zyn) dat hy het genot heeft van alle voortbrengfels der Natuur, en dat hy bekwaam is om haar en Schepper te ver heer ly ken. Hy vindt zich geplaatst tusfchen God en deszelfs fchepfels. Alles, wat op aarde is, gehoorzaamt den mensch: maar de mensch gehoorzaamt Gode. Hem tot heer en voogd over alles aanjlellende, eischt God aanbidding en erkentenis van hem. Op deeze dubbele hoedanigheid van Aanbidder en Voogd zal ik alles, wat van den mensch gezegd kan worden, toepasfen, om 'er een net vervolg,dat de denkbeelden kan bevestigen, in te brengen.

t ..... i,»rr;<-i*,sM vtuot tpnvpfwee-

ven wat de mensch in zich zeiven is, waar toe hy zichtbaarlyk is geroepen, waar in hy uitmunt, en tot welke werken hy bekwaam is.

Na deeze genoeglyke befpiegettng, zullen wy den mensch volgen in de verfcheiden verbindtenisfen, waar in hy met zyns gelyken treedt, om hem met A 4 hun

Onderwerp van het IX. en X. Deel: De mensch in zich zeiven aangemerkt.

Onderwerp van het XI XII. XIII. enXIV. Deel: De mensch in

Sluiten