Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

68 Schouw tooneel

's Men- een' kop; en hy brengt het van de eeVuoüdy. ne naar de andere plaats over, als in eenen lepel. Zyne vingers krommende of toenypende , maakt hy 'er haaken, nypcn buigtangen van. Zyne beide armen zich uicflrrekkende , bootfen de balans na; en als een van beide ingetrokken en korter gemaakt is, om eenig gewigt op te houden, maakt de andere, zich naar den tegengeftelden kant uitdrekkende, het evenwigt uit, en het overwigt, gelyk in den under, door de lengte van den hevel goed.

Maar men verkleent de bekwaamheid van den arm , als men zyne dienden vergelykt met die van onze gemeene werktuigen. De arm is waarlyk, zonder zyne verdiende te breed uit te meeten , de ziel cn het model van alle werktuigen. Hy is 'er de ziel van; want de uitmuntendheid hunner uitwcrkfelen komt altoos voort van den arm en de hand, die dezelven bediert. Hy is 'er het model van; want zy zyn alle nabootfingen en uitbreidingen van zyne byzondere eigenfehappen. De arm, zich dyf uitdrekkende, en eenen deen of een ftuk hout opbeurende, heeft het

denk-

Sluiten