Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, HL Onderh. 77

maakfel , noch de voortbrenging wee- 's Menten) te doen voortkomen: dat heet ze- ^odï. kerlyk weinig befteeden, om veel voort te brengen. Laaten wy hunnen regel toepasfen op de kunst, die het voorwerp hunner verachtinge is. Twee of drie vingers drukken de laatfte draaden van eenen bundel van vlas, wolle, katoen, floret, of fyne bast, gewonden om het eind van een ftokje. Na deeze draaden verdikt en in één gedraaid te hebben , maaken dezelfde vingers het eir.d van dien draad vast aan eene ligte houten fpil, waaraan men een ringetje van gebakken fteen fteekt, om haar wat zwaarte by te zetten, tot dat zy door de draaden, die 'er allengs opgewonden worden, zwaar genoeg geworden is. Dat houtje, gedraaid wordende, deelt dezelfde beweeging mede aan den draad, die 'er aan vast is, en maakt dat de nog losfe veezeltjes van wolle of katoen, enz. vast op elkander moeten gaan zitten, door de noodzakelykheid van naar den zelfden kant te moeten draaijen. De einden van de volgende veezeltjes vinden zich genadig verward in de einden der eerfte, die

ze

Sluiten