Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der Natuur, VI. Onderh. 157

inwendige van ons eigen lighaam u^VM** maaken. De long, hecharc, de maag, Heer. en zelfs de harfens, wachten in veele schappy. dingen niet naar 's menfchen bevelen. Zy hebben eene eigen werking, die onaf hangkelyk van onze begeerte is, en zelfs fomtyds ftrydig met alle onze begeerten. De mensch kan, door voorzorgen, die hemde ervarenheid geleerd heeft, en door redeneeringen, op de bevinding (leunende, wysfelyk trachten de goede orde in zyne inwendige werktuigen te hcrftellen of te onderhouden. Dit vermogen is aan het oordeel van een' goeden Arts vergund. Maar de mensch kent de werktuigen zyner harfenen niet, hoe zoude hy hunne werkingen dan kennen? Hy weet zelf niet hoe zyne maag de fpyzen verteert; enwy vinden hier, gelyk in alle andere dingen , dat ons van alles , waarover wy niets te zeggen hebben, flechts weinig of geene kennis vergund is. Ik weet wel met welke vrymoedigheid of liever laatdunkendheid een Wysgeer ons zal zeggen: de verteering is niet anders dan de werking van eene verwaaiende (pier. Een ander,

Sluiten