Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

392 SCHOUWTOONEEL

De alge- Zyn aan de hoogte E of d van het vier» Weeten- kant A. De grondlyn c van dit vierkant jcjfAP. is dezelfde als haar tegenoverffaande C, die de grondlyn is van het fcheeve raam B. De hoogte D van dit fcheeve raam B is gelyk aan de hoogte d van het vierkant A: dan is het fcheeve raam B gelyk aan het vierkant A. Dan zyn de paralklogrammen op gelyke grondlynen en van gelyke hoogten gelyk.

Deeze waarheid, die van groote aangelegenheid is, kan nog tastbaarer ge«' zien worden door Fig. 48. Het vierkant A en het vierkant B zyn gelyk, vermits alle hunne zyden gelyk zyn. Nu is het fcheeve raam C, dat op gelyke grondlyn ftaat, en dezelfde hoogte heeft,faamgefteld uit twee driehoeken, die dezelfde zyn als die, waaruit het vierkant A beftaat: dan is het fcheeve raam gelyk aan het vierkant B. Dan is het vierkant A, gelyk zynde aan B, ook gelyk aan het fcheeve raam, dat eene grondlyn en eene hoogte heeft, gelyk aan die van het vierkant.

158. Dc driehoeken, die op gelyke grondlynen en op gelyke hoogten ftaan, zyn gelyk: want het geene, dat waar is

van

Sluiten