Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

394 SCHOÜWTOONEEL

de Alge- hoeklyn, indien zy getrokken werd wÏet&n- van a in i ? dewyl de driehoek, die de schap. ' helft van dit raam zoude zyn, dezelfde grondlyn A a zoude hebben , en tusfchen dezelfde evenwydige A a en B b zoude liaan als h A h. Desgelyks zoude de helft van F, of de driehoek , die men 'er in zoude maaken, door eene hoeklyn van a a in B, dezelf. de grondlyn A a a hebben, en tusfchen dezelfde evenwydige ftaan, te weeten A a a en B C, als de driehoek i A i. Dan is de helft van D. gelyk aan de helft van F: dan is D gelyk aan F. Dan is, om dezelfde reden , E gelyk aan G: dan is het geheele vierkant, op de fpanzyde A C van den rechten hoek, gelyk aan de twee vierkanten der beide zyden van dien hoek.

Hier voelt men eene verwondering, die tot mistrouwen gaat, in zich ontftaan. Hoe kan het weezen, zal men vraagen , dat de vierkanten, gemaakt op de kromme linie ABC, noodwendig langer dan de rechte A C, met hun beide niet grooter zyn dan het vierkant, op A C gemaakt? Het groote begrip van dit vierkant ontftaat daar uit, dat

de

Sluiten