Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der NATVVR,XIII0nderh. 415

de is: men weet, zegge ik , dat de Het Gedwaallterren, in haare omloopen,, cir maaten** kels, die den Evenaar doorfnyden , befchryven, en dat zy dus de helft van haaren omloop doen in het fsoordelyke deel der Waereld, en de andere helft in het Zuidclyke. Weshalve bevindt eene dwaalfterre zich, in eiken omloop, twee maal in den cirkel des Evenaars. Daarenboven weeten de Sterrekundigen, uit de duurzaamheid deezer omloopen der dwaaliterren, en uit de waarneeminge van haare dagelykfche beweeginge, hec oogenblik , wanneer zy zich aan den Evenaar, of in het punt, in het welke haare loopkringen deezen cirkel doorfnyden , bevinden. Laaten wy dan onderzeilen , dat een Sterrekundige hec oogenblik weet, dat de Maan in den E-, venaar is: dan zal hy haaren afitand van de Aarde kunnen weeten. Het cirkeltje T vertoont de Aarde , A is 'er het middenpunt van, B het punt van denwaarneemer, C de Maan in het oogenblik dat zy in den Evenaar is, D het punt, in wellv de linie, getrokken van het middenpunt der Aarde tot aan de Maan, de oppervlakte der Aarde doorfnydt,

OH

Sluiten