Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6 IETS VOOR

roepen „ 6 God der liefde , waarom gedoogt gy, dat ik onder menfchen, die, te midden in den overvloed , met welken zy door mee goedheid befchonken zyn, hunne medemenfehen vergeeten, moet verkeeren ? God der natuur, met weinig is de mensch te vreden. Vergun my alleenlyk een ftil verblyf, daar een getrouwe rots, my , wanneer ik in den nacht fluimer en flaape, voor den aanval myn er vyanden beveiligt ; en waar \k ten minden, in myne armoede, door geeme rooveren overvallen , gelukkig zyn moge ! Gaerne wil ik het gejaagde hert, door menfchen gewond , langs bergen en dalen navolgen, den doodelyken pyl uit deszelfs zyde rukken , en , om de wond te heelen , "het bloed afzuigen. Dit dier zal my een blik van

dankbaarheid toewerpen deze zal my weder

leeven en moedgeeven, doordien ik daar door nog eenige erkentenis by een leevend fchepzel zal gewaar worden. Veelligt dat ik door de melk eener leeuwin, tevens met haare jongen , gevoed worde , wanneer ik haaren voet van eenen pynelyken doorn zal gered hebben.

Ia die ftraeken , van alle menfchen verwy-

defd s

Sluiten