Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WANSPOEDIGE GEVOLGEN enz. 37

en wy gingen te zaamen naar de byleggende boerenwooning.

Een jong, fchoon, leevendig zwartoogig meisje ontmoette ons. Frisch als de roos , die des morgens ontluikt, waren haare wangen. Sneeuwwitte tanden verfierde haaren bevalligen mond. Zy liep ons , in volle bezigheid , tegen, en fprak ons , in het betrouwen der onfchuld, aldus aan. Goede Heeren, zo gy ooit geweeten heb^r., wat liefde betekent, heb dan medelyden met een arm meisje. Komt in onze hut. Alles wat ik heb is 'er ten uwer dienften : hebt alleen medelyden met een arm meisje! Wy gingen met haar in haare wooning , en vonden in dezelve een gryzaard, zittende aan de tafel. Deze , zeide het meisje, is myn vader. Sedert een geheel jaar heeft hy het licht der zonne niet kunnen aanfehouwen. Hy is blind, ó Myne Heeren , misfehien leeven uwe vaders nog en gy bemint dezelven. Dit zeggende , viel zy den eervvaerdigen gryzaard om den hals en drukte duizend kusfehen haarer tederheid op zyne wangen. Zy wenkte ons vervolgens een weinig ter zyde te treeden en voerde ons voords onder de fchaduw van een C 3 lin-

Sluiten