Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

H4 DE SNOODF. ROOVER, EN

Cecilia by de overigheid aan , als de eenige oorzaake zyner langduurige hechtenis en onverdiende pyniging.

Zyne klagte werdt in het gerecht, dat deze arme vrouw, ter dezer zaake, deede oproepen , aangenomen. Ik heb, fprak ze, geen deel aan het ongeluk van Fredrik. Ik heb hem voor myn beroover niet gehouden. Nooit heb ik den goeden mensch gezien. Gy hebt hem , antwoordde de rechter, niet voor uwen beroover gehouden ! Het verhoorfchrift ligt hier — lees het. ... Genadige Heer, riep ze, ik bid om vergeeving! Men zal niet wel hebben aangetekend.. .. Niet wel aangetekend ! zeide de rechter , welke dolheid ! de overigheid van onwaarheid te willen befchuldigen! Zulk eene ftoutheid moet geftraft worden. Dat men dit wyf fla , tot dat ze 'er aan fterve , indien zy nog eens onderneeme, haare lippen te roeren. ...

Cecilia zweeg ftil : want waar geweld heerscht, heeft rechtvaerdigheid geene verdediging.

Deze zaak werdt vervolgends voor hooger rechtbankgebragt. Het rechterlyk onderzoekfchrift getuigde tegen de onfchuld, en men veroor-

Sluiten