Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

M PHILIP of de

Op een ftik donkeren, droevigen nacht veiliet zy haar nachtleger, en begaf zich terwyl haare oogen in traanen zwommen, naar het kerkhof. Daar ging zy in liet gras, nat van den nachtdauw, nederzitten, naast den grafkuil van haaren geliefden man. Nu wrong zy haare handen - zag, met ftaarende oogen, naar den hemel, die van Harren tintelde, terwyl haar boezem door haare biggelende traanen- befproeid werdt. Hier, hier, riep ze, ligt de rust myner ziele — de flok en (leun myner kinderen J Hier, onder deze aarde, die zo ongevoelig myne traanen verzwelgt, keert het gebeente des eerlyken mans tot aarde en frof! —

Philip is dood —- my en mytfën kinderen, voor euwig ontnomen. Hoort ó engelen,die op vleugelen , te zacht om gehoord te worden, rondom my zweeft, hoort myne ftemme — de ftemme van een der ongelukkigfte vrouwen!-*ó Myn man! ó gy, die myn geluk en myn leeven geweest zyt, — herleef! — Ellendige

als ik ben! —— hy ontwaakt niet! hoor

toch — hoor toch myne ftemme, myn lief! Kent gy dan de ftem van uw Hannéke niet meer?..

Alzo kermde deze treurige vrouw; doch de

en-

Sluiten