Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Xxiv VOORREDE.

gevoegd by eene gezonde kennis van onze plichten en het vermogen, om ons, daar het noodig is, te verlochenen, volftrekt noodig. Dit alles ontbreekt hem en meer dan dit alles. Hy ftaat, waar hy ftaat, omringd van afgronden. Nooit wedervaart hem de bewustheid van zich wel te hebben gekweeten, als eene der edelfte belooningen , die de deugd ons verleent. Nooit zal hy door eenig deugdelyk bedryf kunnen uitmunten. Hy toch, die dat doen wil, moet zich, naar maate hy graaden der deugd wil beklimmen, vernederen. Nooit zal hy geruste kalme

dagen genieten. Altyd achterdochtig, altyd bang zynde, zal hy alles willen befpieden en zo afkeerig zyn, om, zelfs door die geenen, welken hem waare gunste toedraagen, befpied te worden als eene eerelyke en aan zichzelve welbekende en bevorderlyke ziel dikwyls begeerig is naar het doorzoekend oog van haar ergften vyand. Hy mist het wantrouwen van zich zeiven en dat misfende , wie zal hem, ten aanzien van plichten en deugden tot een befchermengel ftrekken, of voor zelfbedrog en ellende beveiligen? Dit fpel, uit dit oogpunt befchouwd wordende, zal, hoop ik, op het gemoed des leezers eene uitwerking , ten voordeele van het menfchelyk harte, behaalen.

Het laatfte dezer fpplcn is, in fommige opzichten , meer op het geen myne oogen gezien

heb-

Sluiten