Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 59

Dorval, (zich van zyn vader, die heen gaat, afwendende) ó Dat ik konde dat ik durfde!.. Op wat wyze zal ik ontdekken.

ZEVENDE TOONEEL. Dorval, Lucia.

Dorval, (zich omkeerende.) Och myn vader! . . maar , hy is reeds vertrok* ken?.. Men laat ons alleen Lucia...

Lucia, (verlegen.)

Dorval!

Dorval, (zuchtende en zyne handen wringende.)

Lucia!

Lucia.

Gy bemint uwe zufter! Doet gy niet Dorval?... Hoe fchielyk zyn die weinige weeken, waar in wy eikanderen hebben leeren kennen, verloopen! Zy zyn loutere flikkeringen geweeft; terwyl wy ze genooten, vloeiden zy, als doorliet genot zelf, weg, en ons geheugen zou ze te vergeeffch te rug roepen. Hoe veele gelukkige jaaren zouden wy reeds doorgebragt hebben, zo vader hadt kunnen goedvinden, ons, van onze eerfte kindfehcid —— van dien eigenlyken ftaat af aan, waar in de geneugtens, tot op den grond toe , helder afloopen, met eikanderen te doen opgroeijen! Dit ontbreekt 'er aan, om my te kunnen overtuigen , dat myne kindsheid gelukkig geweeft is,.. Waarde Dorval, waarom keert gy uwe

oogen

Sluiten