Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TREURSPEL. 101

L u g i a.

Ziet ons niemant? — Hoort ons niemant? Zya wy alleen ? . . . .

(driftig )

Zou ik in uwe tegenwoordigheid zitten, ik, die eene nieuvve,maar onverniydbaare, misdaad begaan hebbe, door my in uwe armen te werpen ? in uwe armen myn vader, die

my tot eene fchuilplaats, waar aan de zondige Luda geen deel mag hebben, echter moeten verftrekken, zo ik niet in de uiterile wanhoop zal wegzinken. Ik val u te voet . . . laat Lucia uwe ontferming , op haare kniè'n van u afbidden ! . . Heb medoogen, waarde vader, heb mededoogen, met uwe rampzalige dochter rampzalig door haare geboorte — door Dorval en zich zelve!

Eduard.

Sta op Lucia.

Lucia.

Zo ik u niet fchier onvergeeffelyk beledigd en my zelve myne eigene opmerking onwaerdig gemaakt hadde, zou ik opftaan.

Eduard.

Ik wil u, zo gy geknield blyft, niet te woord öaan.

(beweeging maakcnde als ofhy wil been gaan ) Lucia.

ó Myn vader ó myn dierbaar vader zo

gy heen gaat — zo gy uwe Lucia hier laat leggen p— indien zy den eenigflen mensch, tegens wien zy G 3 nog

Sluiten